Vous êtes ici : Accueil La revue Iedereen in het zadel !

Iedereen in het zadel !

Par Anne-Sophie Marchal Dernière modification 22/09/2009 14:12

Traduction néerlandaise du dossier loisirs "Tous en selle" - Aires Libres nr 4 - novembre 2008

Aires Libres nr. 4 – november 2008

De omgetoverde manege
Te paard
Een gegeven paard kijkt men niet in de bek… of toch bijna niet…
Tuig en toebehoren
Conclusie
Woordenlijst

 

« Gelukkig zijn op een paard, dat betekent zich tussen hemel en aarde bevinden, op een hoogte die niet bestaat. » Jérôme Garcin

Reeds eeuwenlang is dit edele dier, met name het paard, de gezel van de mens. Het heeft de mens altijd al aangetrokken zich op de rug van een paard te hijsen. De paardrijkunst blijft voortdurend evolueren, maar is zij uitsluitend voorbehouden voor een elite die over al haar vermogens beschikt ?
Wanneer wij het hebben over paardrijden en gehandicapten komt ons meteen de hippotherapie voor de geest. Natuurlijk vergt deze therapie technische of gedragsaanpassingen, maar omdat wij geen therapeuten zijn hebben wij ons onderzoek uitgebreid naar datgene wat deze sport toegankelijk maakt voor personen met motorische, zintuiglijke of verstandelijke problemen.
Van de parking naar de rug van het paard, via de stallen, de ontspanningsruimte en de binnenpiste, bekijken we hoe een persoon met een beperkte mobiliteit (PBM) kan uitgroeien tot een volwaardige ruiter.

De omgetoverde manege

De aanpassingsvereisten voor een manege zijn niet anders dan deze voor een administratiegebouw. Een PBM moet er zich op dezelfde manier kunnen verplaatsen als dat hij toegang heeft tot de bevolkingsdienst van zijn gemeente. Zich vlakbij kunnen parkeren, ongehinderd kunnen binnengaan, in het gebouw kunnen rondlopen en de infrastructuur volledig autonoom kunnen gebruiken maken deel uit van echte integratie.
In de infrastructuur waar men kan paardrijden, in de ruimtes voor de paarden, vrachtwagens en tractors zijn de bewegingszones over het algemeen ruim genoeg om personen in een rolstoel  vlot te laten manoeuvreren.

Er moet echter wel worden gedacht aan enkele vereisten vooraf: op de parking moet een plaats vlakbij de ingang van de stallen worden voorbehouden; hier en daar moeten plekjes om te rusten worden voorzien; trappen aan de ingangen zijn verboden, zowel voor de stal en de piste als voor de cafetaria of de sanitaire voorzieningen; er moeten vlakke en niet-rulle loopzones worden voorzien.

Wanneer daarbovenop ook nog eens schuifdeuren  worden gebruikt (plaatswinst en makkelijk te hanteren) en zadel- en trensdragers en wasbakken lager worden geplaatst, wordt zelfstandig paardrijden bijna werkelijkheid…

Zodra zij klaar zijn, trekken paard en ruiter naar de piste. Maar hiervoor hebben sommige PBM assistentie nodig om het dier naar het stijgblok te leiden.
In de piste moet een bodem worden voorzien die zowel aan het paard als aan de ruiter is aangepast. De ledematen van het paard verdragen geen te harde bodembekleding. Dat geldt ook voor de ruiter die valt… Om zich te verplaatsen verkiest de PBM daarentegen een weinig rulle bodem zodat wielen en andere weerspannige voeten er niet te diep in zakken! Het compromis bestaat uit zand dat goed inzakt.

Te paard

Op de rug van een paard klimmen is niet altijd even eenvoudig. De aanwezigheid van een stijgblok dat groot genoeg is om er met een rolstoel op te draaien, van een leuning en van een toegangshelling heeft al menigeen geholpen, gehandicapt of niet. Een derde persoon blijft evenwel noodzakelijk.

Nu ruiter en paard één geheel vormen, kunnen hulpmiddelen worden voorzien om te helpen bij de oriëntatie van deze twee-eenheid en zodoende de harmonie ervan te perfectioneren. Natuurlijke verlichting (deuren, ramen en transparante daken), aangevuld met aangename kunstverlichting, draagt ontegensprekelijk bij tot de oriëntatie van slechtzienden. De allerjongsten of personen met begripsproblemen kunnen zich beter oriënteren met kleurpictogrammen. Voor blinden kan paardrijden op de binnenpiste worden overwogen als er een goede gewaarwording mogelijk is van de massa die de muren van de manege vertegenwoordigen. Daarbovenop helpt het plaatsen van kleine geluidsbakens in de hoeken van de piste en in het midden van de zijkanten enorm goed bij de oriëntatie. Paardrijden voor doven vereist geen enkele specifieke aanpassing, behalve het feit dat de plaats waar de instructeur/doventolk staat zorgvuldig moet worden gekozen zodat de ruiter hem/haar steeds kan zien.

Een gegeven paard kijkt men niet in de bek… of toch bijna niet…

De keuze van het paard hangt vanzelfsprekend af van wat men wil doen. Is de ruiter een beginneling of heeft hij al ervaring, gaat hij op wandeling, neemt hij deel aan wedstrijden of doet hij aan hippotherapie, telkens zal een ander dier worden gekozen. Voor een reeks PBM moet het paard vooral volgzaam zijn, het mag geen schrik hebben en geen plotse bokkensprongen maken… maar dat sluit niet uit dat het karakter mag hebben, dat het mag reageren op bijvoorbeeld de nervositeit van de ruiter. In een manege waar men personen met zintuiglijke of mentale beperkingen verwelkomt, kiest men paarden met een verschillende kleur. Je wordt immers makkelijker begrepen als je zegt “haal de kleine zwarte pony uit de box die naast de kleine witte staat” dan dat je zegt “haal de eerste van de twee bruine eruit”.

Begripsmatig is het niet zeer ingewikkeld. Een beetje gezond verstand en op een professionele manier nadenken volstaan […]. Qua ruimtelijke indeling is het zoals bij een werkplek of een huis: je denkt eerst na over de doelstellingen ervan […]. De ergotherapeut beschikt over de nodige middelen om alles te installeren wat absoluut noodzakelijk is om op een correcte manier op het paard te geraken.”  Getuigenis van Sébastien Buxant – ergotherapeut en oprichter van de vzw “Les Chemains”

In 2004 heb ik mijn eigen paard teruggekocht. Ik heb er maar één: een zeer dapper dier qua karakter, om zoveel mogelijk problemen te vermijden, dat was het eerste criterium!”  Getuigenis van José Lorquet – Paralympische ruiter

Ook de grootte kan van belang zijn: klein om vertrouwen te geven, op handhoogte voor rolstoelgebruikers of kleine mensen, wat groter voor grote ruiters, iets steviger gebouwd om zwaarlijvige mensen te kunnen dragen.

Tuig en toebehoren

In tegenstelling tot Duitsland of Engeland bestaat er in België geen of weinig aangepast materiaal. Er is dus gezond verstand en/of kennis van ergonomie nodig om de indrukwekkende hoeveelheid aan traditioneel rijmateriaal aan te passen.

Zo kun je heel makkelijk de kleuren van de emmers en de borstels voor het roskammen doen overeenkomen met de kleuren van de trenzen en leidsels van het paard. Voor mensen met begripsproblemen en voor kinderen is het makkelijker als je zegt “jij werkt met de kleine zwarte pony en je neemt al het blauwe materiaal” dan als je zegt “haal Apollo uit de box en neem zijn borstels”…

Je kan ook een soepele singel gebruiken waarop je elastieken “vastclipt” om het been op zijn plaats te houden of je kan de voorkeur geven aan zadels met een zadelknop en een sterk verhoogde achterboom (type western of Camargue) waarmee je een beter evenwicht hebt.

Wij zijn dus geneigd te gebruiken wat er al is en dat aan te passen met wat wij hebben. Creativiteit en doe-het-zelfwerk doen de rest! Het probleem bestaat erin aanpassingen te doen naargelang van de handicap. Het werken op maat kan een alternatief vormen, maar het is ongetwijfeld een veel duurder alternatief.

Conclusie

Na dit korte algemeen overzicht begrijpen wij goed dat een logische aanpak vereist is als men deze vrijetijdsbesteding volledig wil beheersen en dat het zeer moeilijk is deze sport perfect toegankelijk te maken omdat dit aspect een keten vormt waarin elke schakel absoluut onontbeerlijk is.
Aangezien er nagenoeg geen materiaal bestaat dat specifiek is aangepast aan PBM en ondanks de in dit artikel aangehaalde vereisten vooraf moet het project van elke ruiter worden bestudeerd. Met verbeelding, creativiteit en respect zou het moeten lukken iedereen dit unieke plezier van het paardrijden te bezorgen.

Nathalie Sparenberg
Vincent Snoeck

In de manege neemt een heftang mij vast onder mijn ledematen om mij op te heffen. Dan plaatst men het paard onder mij en laat men mij weer zakken. Met twee personen is dit doenbaar. Op wedstrijden is dit systeem er niet of toch zeer zelden. Dan is er een helling om op de juiste hoogte te komen en zijn er vier personen nodig om mij over te plaatsen op het paard: iemand die het paard vasthoudt, iemand die mijn been vasthoudt bij het neerkomen op het paard en twee mensen die mij dragen… Met zoveel mensen moeten zijn stelt soms problemen […]. » Getuigenis van José Lorquet – Paralympische ruiter

Ik gebruik een soepele singel zonder handgreep. Maar een singel met handgreep zou wel kunnen worden gebruikt voor andere personen. Dat hangt af van de patiënt en van datgene wat men hem of haar wil laten doen als oefening.” Getuigenis van Sébastien Buxant – ergotherapeut en oprichter van de vzw “Les Chemains”

Mijn aanvankelijke zadel werd ineengeknutseld door een meneer uit Brussel […] daarna heeft een zadelmaker het aangepast […]. Maar dat zadel was niet mooi, het was te zwaar en niet comfortabel genoeg en dus ben ik naar Duitsland gegaan, naar Berlijn, om er een zadel op maat te laten maken en daar hebben ze het meteen begrepen en was het zeer goed […]. Het materiaal om het te maken kost veel meer: 4000 euro voor mijn huidige zadel.” Getuigenis van José Lorquet – Paralymische ruiter

Woordenlijst

Trens: licht bit met teugel dat aan het hoofd van het paard wordt bevestigd om het te leiden, te mennen.
Bokkensprong: bruuske zijwaartse verplaatsing van het paard, uit schrik of ter verdediging.
Jumping: wedstrijd in hindernisspringen.
Stijgblok: verhoogd oppervlak waardoor men zich op de hoogte van de rug van het paard bevindt.
Roskammen: het paard schoonmaken en verzorgen.
Piste: zone waarin de paarden langs de muren van een manege lopen.
Zadelknop: lichtjes verhoogde voorkant van het zitvlak van het zadel.
Singel: riem die rond de borstkas van het paard zit.
Achterboom: verhoogde achterkant van het zitvlak van het zadel.

Le Cheval – Jacques Sevestre en Nicole Agathe Rosier, Librairie Larousse, 1989.
Le petit Robert – Dictionnaires Le Robert – Parijs, 1989.

Actions sur le document
  • Envoyer cette page
  • Imprimer
  • Bookmarks