Vous êtes ici : Accueil La revue Blind zijn, doof zijn en cultuur

Blind zijn, doof zijn en cultuur

Par Anne-Sophie Marchal Dernière modification 26/08/2009 13:42

Traduction néerlandaise du dossier "Cécité, surdité et culture" - Aires Libres n°3-2008

Aires Libres n°3 – juni 2008

Blind zijn, doof zijn en cultuur

De reglementering

Personen met een zintuiglijke handicap zoeken zintuiglijke waarneming

Geen eenrichtingsverkeer

De noodzaak aan een globale aanpak

In de praktijk

Interview: ’Cité des sciences et de l’industrie’ toegankelijk maken voor iedereen is een permanente zorg…

Nu het mooie weer er aankomt, willen wij steeds meer ontsnappen aan de dagelijkse sleur. De vakantie staat voor de deur en de toeristische gidsen worden bovengehaald. Welke culturele ontspanningsmogelijkheden biedt de streek? Welke bezoeken kunnen wij organiseren? Welke musea zijn een omweg waard?
Naast de problemen op het gebied van fysieke toegankelijkheid van gebouwen, moeten wij op een andere manier nadenken over de toegang tot cultuur voor bezoekers met een zintuiglijke beperking: hoe moeten wij de inhoud aan hen aanpassen?
Er kunnen tal van voorzieningen worden aangebracht en de mogelijkheden om het comfort van alle bezoekers aanzienlijk te verbeteren liggen binnen het bereik van alle schouwburgen en musea.
In dit dossier nemen wij deze kwestie onder de loep.

“ Wat is er boeiender voor een museumgids dan de ware betekenis van zijn taak uit te oefenen? Het gaat werkelijk daarover: de ware zin van het “geleide” bezoek terugvinden wanneer bij dat bezoek mensen met een verminderd gezichtsvermogen aanwezig zijn. Het gaat verder dan de pure uiterlijke vorm, je stelt dit publiek een gewaarwording voor om hen het essentiële van het werk te laten voelen. “
Sophie Bouchat, gids in het Félicien Ropsmuseum

De reglementering

> Op internationaal vlak (VN)
Eind 1993 keurde de Algemene Vergadering van de VN een resolutie goed met als titel “De Universele Regels voor het bieden van Gelijke Kansen voor Gehandicapte Personen”. Een paragraaf (regel nr. 10) daarvan is gewijd aan cultuur.  Naast de toegang tot culturele gebouwen wordt in punt 3 vermeld dat “de Staten speciale maatregelen zouden moeten nemen om literatuur, film en theater toegankelijk te maken voor gehandicapte personen”.

> Op Europees vlak
In 2003 keurde de Raad van de Europese Unie op zijn beurt een resolutie in die zin goed.
De Raad stelt op dit vlak vast dat « er een noodzaak is tot het nemen van nieuwe concrete en passende maatregelen ». Hij roept de lidstaten ertoe op dat zij « inspanningen zouden blijven leveren om de bestaande hinderpalen uit de weg te ruimen en nieuwe geschikte middelen zouden bestuderen die de toegang van gehandicapten tot cultuur bevorderen en verbeteren ». Naast de fysieke toegankelijkheid dringt de Raad ook aan op toegang tot de inhoud met behulp van moderne informatietechnologieën (ondertitelde voorstellingen, gebarentaal, catalogus in braille, enz.).

> En hoe zit het in België?
Wij moeten helaas vaststellen dat België op dit vlak een slechte leerling is: de wetgever heeft geen enkele reglementering op federaal of gewestelijk niveau uitgevaardigd, noch enige verplichtingen of aanbevelingen. 
Enkel de antidiscriminatiewet van 2007 raakt heel even de problematiek aan inzake de toegang tot en het leveren van goederen en diensten voor het publiek. Een deel van zijn toepassingsgebied betreft « […] de toegang, deelneming en elke andere uitvoering van een economische, sociale, culturele of politieke activiteit die toegankelijk is voor het publiek. » Op grond van deze wet kan het gebrek aan behoorlijke voorzieningen als een vorm van discriminatie worden beschouwd.
Met dat kleine beetje moeten wij het helaas stellen!

Personen met een zintuiglijke handicap zoeken zintuiglijke waarneming

Bij een wandeling door een museum of een bezoek aan een toneelvoorstelling zoekt het publiek met een visuele of auditieve handicap net hetzelfde als het gewone publiek: ontdekking, plezier, uitwisseling, emotie… Maar hoe kan je plezier beleven aan toneeldecors als je ze niet kan zien, hoe kan je het spel van de acteurs begrijpen als je niet kan horen wat zij zeggen, hoe kan je genieten van de kleuren van een schilderij als je de kleurschakeringen niet kan onderscheiden…
Hoe kan je over cultuur meepraten als die voor jou niet toegankelijk is?

> Voor mensen met een auditieve handicap leidt de toegang tot cultuur tot de noodzaak alle geluidsinformatie visueel te vertalen of hoorbaarder te maken.  Wij willen hier benadrukken dat dove mensen niet noodzakelijkerwijs de Nederlandse taal beheersen. Voor velen van hen is Nederlands een vreemde taal, hun moedertaal is de gebarentaal. Zij hebben dus ook moeilijk toegang tot de geschreven taal. Een visueel duplicaat en een eenvoudige en verzorgde bewegwijzering zijn dus onontbeerlijk.

« Theatervoorstellingen zouden toegankelijk kunnen worden gemaakt voor doven door boventiteling of door een rechtstreekse vertaling op het toneel, maar dat gebeurt uiterst zelden. Doven tonen bijgevolg weinig interesse voor theatercultuur. »
José Gerday, dove persoon

> Voor mensen met een visuele handicap leidt de toegang tot cultuur tot de noodzaak alles wat de persoon niet ziet mondeling te beschrijven of alles wat de persoon slecht ziet zichtbaarder te maken. Gebruik maken van de tastzin om de werken te begrijpen zal het waarnemen van de 3 dimensies vergemakkelijken. De schriftelijke informatie zal worden aangepast en ook mondeling worden meegegeven. De informatie moet dus visueel, auditief en tastbaar ter beschikking zijn. 

Daarom mogen de voorgestelde voorzieningen niet beperkt worden tot één enkel communicatiekanaal (d.w.z. tot een enkel medium waarmee de informatie wordt overgebracht: affiche, video, enz.).  Alle zintuigen moeten worden aangesproken: gezicht, gehoor, tastzin (en waarom ook niet de reuk- en smaakzin!).
Kortom, zo bepaalde methodes tegemoetkomen aan de noden van slechtzienden of slechthorenden, is er voor doven en blinden een andere aanpak vereist.

Geen eenrichtingsverkeer

> Een visuele weergave van het mondelinge
Net zoals er bezoeken in het Frans/Nederlands/Engels worden georganiseerd, zouden er ook bezoeken in gebarentaal op het programma moeten staan. Door geleide bezoeken in gebarentaal aan te bieden kunnen dove mensen toegang krijgen tot de informatie, kunnen zij om verduidelijking of bijzonderheden vragen door de gids vragen te stellen. Hetzelfde type van bezoeken kan ook in ‘cued speech’ (CS) worden georganiseerd. Bij cued speech worden onduidelijkheden bij het liplezen verduidelijkt via bepaalde tekens of gebaren.
In sommige gevallen kan men video’s gebruiken waarop de uitleg in gebarentaal wordt weergegeven.
Een mogelijke oplossing bij het toneel is de voorstellingen te vertalen in gebarentaal. In dat geval staat de vertaler naast de scène. Op die manier kan de dove toeschouwer zowel genieten van de enscenering, de mimiek, gebaren en verplaatsingen van de acteurs als tegelijk ook van de dialogen. 
Dat is bijvoorbeeld het geval in het Théâtre de Poche in Brussel waar men voor elk stuk dat op het programma staat, een of twee voorstellingen in gebarentaal vertaalt. Zo kunnen doven gedurende één theaterseizoen een tiental voorstellingen in gebarentaal bijwonen.

“Wanneer je de openingsuren of –dagen wilt weten, is het moeilijk aan inlichtingen te geraken. Ter plaatse zijn er geen gidsen die gebarentaal kennen. Zoals gewoonlijk. Onder de schilderijen hangt een label met de samenvatting, maar dat is zo klein. Voor horende mensen hebben sommige musea mp3-gidsen. Waarom kunnen er voor doven dan geen draagbare dvd-spelers zijn, waarop de verhalen in gebarentaal of via ondertiteling worden verteld. Waarom niet, want doven hebben over het algemeen een tekort aan informatie.”
Jean-Luc Jamart, dove persoon

> geluidsversterking via ringleiding
Via de installatie van een ringleiding of magnetische inductielus kunnen slechthorenden met een hoorapparaat de geluiden beter horen want deze zijn versterkt en dus duidelijker. De installatie bestaat uit een koperen elektriciteitsdraad, een geluidsversterker en microfoons. De elektriciteitsdraad loopt rondom een bepaalde zone (vandaar de naam ringleiding): een theaterzaal, of een deel van de zaal, kan op die manier omringd worden. De voortgebrachte geluiden worden opgevangen door microfoons. Een geluidsversterker verhoogt het volume van deze klanken en de geluidssignalen worden vervolgens op de elektriciteitsdraad gestuurd. De stroom op deze lus creëert een magnetisch veld. Binnen de omringde ruimte ontvangen de hoorapparaten met een inductiespoel, d.w.z. hoorprotheses met een T-stand, de elektromagnetische golven en zetten die om.
Het grootste voordeel van deze installatie is de kwaliteit van het weergegeven geluid. In tegenstelling tot de klassieke hoorapparaten heb je hier geen last van achtergrondgeluiden, echo’s, enz. 
Een speciaal logo dat aanduidt dat er een ringleiding aanwezig is, meldt slechthorenden dat zij hun hoorprothese op de stand  T (zoals telefoon) kunnen zetten. Zij kunnen ook op een goede plaats gaan zitten indien de lus de zaal niet volledig omringt. 
In Brussel kunnen de toeschouwers van het Parktheater genieten van geluidsversterking via ringleiding.

> De audiogids
Audiogidsen zijn draagbare toestellen die op een koptelefoon of een telefoonhoorn gelijken. Het beluisteren van het op deze walkmans opgenomen commentaar wordt ofwel door de bezoeker zelf gestart of door een automatisch systeem (infrarood, bluetooth, enz.).
Dit hulpmiddel wordt niet alleen gewaardeerd door tal van bezoekers zonder gids, ook slechtzienden appreciëren het ten zeerste. De beluistering is immers aangenaam, de achtergrondgeluiden zijn beperkt en op de opname wordt heel wat informatie meegegeven  die over het algemeen in zichtbare vorm beschikbaar is (panelen met uitleg, folders). Het commentaar is echter niet speciaal op blinde of slechtziende personen gericht. Daarom zou er bijkomend beschrijvend commentaar moeten worden voorgesteld, zodat deze mensen het kunstwerk optimaal zouden kunnen begrijpen.
Opdat slechthorenden er met evenveel comfort van zouden kunnen genieten als gewone mensen moet het geluidsvolume van de audiogids regelbaar zijn.
Wij merken nog op dat enkele musea tegenwoordig op hun website audiovoorstellingen aanbieden die je kan downloaden om je bezoek voor te bereiden. Dat is met name het geval voor de tijdelijke tentoonstelling “Volcans, Séismes” (Vulkanen, Aardbevingen) in het ‘Palais de la découverte’ in Parijs.
In België zal het museum van het natuurpark ‘Plaines de l’Escaut’ in Bon-Secours binnenkort audiogidsen aanbieden aan zijn bezoekers. Om het commentaar optimaal aan te passen aan slechtzienden hebben de “Amis des Aveugles” uit Ghlin meegewerkt aan het opstellen van de teksten.

> Audiobeschrijving
Deze techniek bestaat erin een mondelinge beschrijving te geven van alle visuele informatie die onmisbaar is om een toneelstuk of een film goed te kunnen begrijpen: kostuums, decors, verplaatsingen, enz.  Het commentaar wordt in voice off gegeven tussen de replieken van de acteurs door. In het theater wordt de audiobeschrijving best rechtstreeks gegeven. In dat geval volgen de beeldvertalers het spel van de acteurs in een afgesloten regiekamer en kunnen zij zo hun interventies aanpassen. De blinde ontvangt de informatie via een koptelefoon. Hij/zij kan zich op die manier beter voorstellen wat er op het toneel gebeurt en het verloop van het stuk beter begrijpen.
Audiobeschrijving kun je niet improviseren: je moet rekening houden met verschillende moeilijkheden zoals de beschikbare tijd tussen de replieken, de onmisbare precisie qua woordenschat, de onvermijdelijke keuze tussen de mee te geven informatie, enz.
In België heeft de vereniging ABCD zich enkele maanden geleden in dit avontuur gestort. Momenteel wordt een twaalftal acteurs opgeleid. Voor volgend seizoen (van oktober 2008 tot juni 2009) zouden in Brussel en Waals-Brabant 20 à 30 stukken van zowel amateurtoneel als professionele theatergezelschappen worden voorzien van audiobeschrijving.

« Audiobeschrijving helpt ons zonder indringend te zijn, laat onze verbeelding volledig vrij om in onze emoties binnen te dringen en onze eigen interpretatie op te stellen, zoals iedereen. »
Véronique Ryelandt, slechtziende

> Boventiteling
Hierbij worden alle dialogen en geluidseffecten overgeschreven op een scherm. Dit scherm kan boven de scène worden gehangen. Het is ook mogelijk de tekst te laten aflopen op een individueel elektronisch boekje.
Boventiteling is niet alleen nuttig voor doven of slechthorenden, maar ook voor mensen die de taal niet goed beheersen. Het systeem kan ook gebruikt worden om een voorstelling om te zetten in een vreemde taal.
Het ‘Théâtre National de Chaillot’ (Parijs) biedt zijn slechthorende toeschouwers een individueel scherm aan waarop de gesprekken van de acteurs en informatie over de geluiden verschijnen. Wanneer het een voorstelling betreft in een vreemde taal, kan heel het publiek volgen via boventiteling in het Frans boven de scène.

“Net als mijn familie en vrienden kijk ik uit naar elke gelegenheid om een theaterstuk met boventiteling bij te wonen. Voor mij betekent dit dat ik in een speciale sfeer terechtkom: acteurs die live met woorden over en weer gooien om ons aan het lachen te brengen, ons te verstrooien, ons te doen nadenken en die daartoe in de huid van hun personage kruipen...”
Francine Leblicq, persoon die doof is geworden

> Tastbare weergaven (maquettes en weergaven in reliëf)
Wanneer een kunstwerk niet kan worden aangeraakt omdat het te breekbaar of te groot is, kan men een reproductie ervan, eventueel zelfs in miniatuurvorm, ter beschikking stellen.
Tastbare maquettes zijn – gedeeltelijke of volledige - driedimensionale weergaven van een voorwerp, monument of kunstwerk. Door deze maquettes te betasten, kunnen die voorwerpen, monumenten of kunstwerken geïdentificeerd en begrepen worden. Om de geleverde informatie zo volledig mogelijk te maken, worden de maquettes uitgevoerd met verschillende materialen: ruwe, harde, koude, zachte, donzige...
De maquettes moeten enerzijds een getrouwe kopie zijn van het originele kunstwerk of monument en zij moeten anderzijds redelijk blijven qua omvang zodat de bezoeker ze makkelijk kan “decoderen”. Indien nodig kan een maquette worden gemaakt van een welbepaald onderdeel van het werk. 
Zo werd in het Félicien Ropsmuseum in Namen het schilderij “La Mort qui danse” in 3D nagemaakt met behulp van een paspop die een getrouwe weergave is van het kunstwerk.
Voor tweedimensionale kunstwerken bestaat er een reeks systemen voor weergaven in reliëf: afbeeldingen en plattegronden of schetsen in reliëf, thermovormen, enz. Deze procedés zijn doeltreffend om bijvoorbeeld routebeschrijvingen weer te geven, plattegronden of schetsen, gevels, tuinen. De afbeeldingen in reliëf, in de vorm van mee te nemen boekjes of bevestigd naast de kunstwerken, moeten stevig zijn, aangenaam bij de aanraking en ze moeten goed geplaatst zijn (qua hoogte en schuinte).
Er bestaat nog een variant op deze tactiele bezoeken, waarbij de blinde of slechtziende bezoeker meer vrijheid heeft. Hierbij wordt een kopie in reliëf van het kunstwerk, een audiobeschrijving en een stukje van het oorspronkelijke materiaal ter beschikking gesteld. De slechtziende bezoeker ontdekt de kopie in reliëf door die aan te raken aan de hand van de meegegeven verduidelijkingen.

> Grote letters en braille
Niets zo alledaags als een schriftelijke uitleg: voorstelling van een opvoering, promotie rond een tentoonstelling, programma’s, folders, aanplakbiljetten...
Opdat ook blinden of slechtzienden hiervan zouden kunnen genieten, is het zinvol een versie in grote letters en eventueel een versie in braille te voorzien.
Het Koninklijk Museum van Mariemont heeft net een catalogus gepubliceerd onder de titel “Trésors de Mariemont” (Schatten van Mariemont). Er zal ook een versie in grote letters worden aangeboden. Daarbij is speciale aandacht besteed aan het leescomfort: een grotere lettergrootte (19 in plaats van 12), duidelijk leesbaar lettertype, het afbreken van woorden werd vermeden, enz.

De noodzaak aan een globale aanpak

Tot slot moeten wij benadrukken dat het belangrijk is de toegankelijkheid tot cultuurinhoud op een globale manier te bekijken. Wij moeten verschillende aspecten in gedachten houden.
Ten eerste zijn de verschillende technische hulpmiddelen, die in sommige gevallen zeer nuttig zijn, op zich niet voldoende. Er moet ook rekening worden gehouden met het onthaal van de bezoekers en met de omgeving: begeleiding en uitleg over het gebruik van de aangeboden hulpmiddelen, veilige verplaatsingen en bijkomende dienstverlening (correcte informatie, parking, sanitair, enz.).
Ten tweede is het een fundamentele regel dat dezelfde diensten en dezelfde keuzes worden aangeboden aan alle bezoekers, of zij nu validen of minder validen zijn. Zo kan iedereen het scenario kiezen waar hij/zij de voorkeur aan geeft. Het is niet absoluut noodzakelijk een absolute autonomie van alle bezoekers te bereiken, maar de aangeboden mogelijkheden moeten wel voor iedereen gelijk zijn.
Tot slot moet er een onderscheid worden gemaakt tussen het aanpassen en het bedenken van een evenement. Het aanpassen stelt – vaak technische – oplossingen voor bij probleemsituaties voor mensen met een beperkte mobiliteit. In dat geval dreigt de ontdekking van de inhoud voor mensen met een zintuiglijke handicap minder aantrekkelijk te worden. Wanneer men van bij het bedenken rekening houdt met deze moeilijkheden, kan de scenografie op een andere manier worden bedacht en alle zintuigen bij de beleving betrekken. Wij raken hier het principe van de universele toegankelijkheid aan. Iedereen, met of zonder handicap, kan zich dan de inhoud eigen maken op de manier die bij hem/haar past en kan daar tegelijkertijd plezier aan beleven. Hier wordt dus een beroep gedaan op de creativiteit en vindingrijkheid van de projectverantwoordelijken, wordt die op de proef gesteld… Wij kijken uit naar uw ideeën!

“Bij slechtziende toeschouwers gaat het erom te spelen met het opbouwen of afbreken van mentale beelden via een beschrijvende uiteenzetting die weliswaar is opgebouwd, maar die door vragen vanuit het publiek evengoed een totaal nieuwe vorm kan krijgen. De dialoog vormt immers een onontbeerlijk element van deze bezoeken. Een dialoog die de gids er heel vaak toe aanzet zijn eigen perceptie opnieuw te onderzoeken. Het museum is wel degelijk het oord van veelvoudige percepties.”
Anne-Françoise Rasseaux, pedagogisch verantwoordelijke van het Koninklijk Museum van Mariemont

In de praktijk

Deze verschillende hulpmiddelen zijn al in enkele Waalse en Brusselse musea en schouwburgen ter beschikking. Hoewel de verantwoordelijken van de culturele centra langzamerhand gesensibiliseerd worden, blijven de initiatieven nog te losstaand en worden ze nauwelijks doorgegeven. Zo komt het nog al te vaak voor dat op de website of in de brochures van musea en schouwburgen geen enkele informatie terug te vinden is, ook al zijn er bepaalde middelen ter beschikking!
Enkele musea hebben al verschillende scenografische installaties in hun aangepaste geleide bezoeken vermengd. Zo zijn de bezoeken aan het museum over de prehistorie “Malgré-Tout” in Treignes nabij Namen gebaseerd op mondelinge beschrijvingen, maquettes, muziek, plattegronden in reliëf...

Het Louvre als voorbeeld
Het Louvremuseum in Parijs, dat een voortrekkersrol speelt qua nieuwe technologieën, biedt multimediagidsen aan. Je kan niet alleen kiezen tussen diverse parcours (waaronder een voor rolstoelgebruikers), de bezoeker kan ook de taal aanduiden: Duits, Engels, Koreaans, Spaans, Frans, Italiaans, Japans of de Franse gebarentaal.
Het systeem werd onlangs gelanceerd, maar werkt nog niet helemaal vlekkeloos (er is o.m. een probleem in de bewegwijzering). Over enkele maanden zou het echter optimaal moeten werken en zou het een hulpmiddel moeten worden dat door tal van zowel valide als mindervalide toeristen gewaardeerd wordt.

Een aangepaste omgeving
Naast de fysieke toegankelijkheid van het gebouw moet er ook rekening worden gehouden met kleine details die zeer belangrijk zijn.
- in een goed verlichte ruimte, zonder weerkaatsing of tegenlicht, en met kleurcontrasten, kunnen doven of slechthorenden liplezen. Slechtzienden kunnen zich makkelijker oriënteren;
- een duidelijke en doorlopende visuele en tastbare bewegwijzering;
- een logisch opgesteld parcours (niet ongepast heen en weer sturen).

En de architecturale toegankelijkheid?
In dit artikel is weliswaar enkel sprake van hulpmiddelen om zich de culturele inhoud eigen te kunnen maken. Het spreekt echter vanzelf dat de architecturale toegankelijkheid van een gebouw en zijn omgeving niet uit het oog mag worden verloren. De goede praktijken op dit vlak zijn gedeeltelijk terug te vinden op onze website (rubriek documentatie) en worden volledig uit de doeken gedaan tijdens de opleidingen “SECU, 4 maillons pour un bâtiment accessible” (SECU, 4 schakels voor een toegankelijk gebouw) die Gamah regelmatig aanbiedt.

Lexicon
> Gebarentaal: taal bestaande uit tekens en gebaren die gebruikt worden door doven en/of doofstomme personen. De gebarentaal vervult alle functies  van de gesproken talen en heeft een eigen woordenschat en grammatica. De gebarentaal is niet universeel: elk land heeft zijn eigen gebarentaal. In Vlaanderen wordt de Vlaamse gebarentaal (VGT) gebruikt.  Het Vlaams Parlement heeft op 26 april 2006 de Vlaamse Gebarentaal officieel als taal erkend.
> Cued speech (CS): methode waarbij woorden in tekens worden omgezet met als doel het liplezen voor doven of slechthorenden te vergemakkelijken. De persoon die spreekt geeft visueel informatie mee via een hand die dicht bij het gezicht is geplaatst. De medeklinkers en klinkers van elke lettergreep worden zo in tekens omgezet. In tegenstelling tot gebarentaal hebben de handbewegingen slechts een betekenis als zij met het woord worden verbonden.
> Brailleschrift: dit is een tastbaar geschrift. Elke letter, cijfer, leesteken of zelfs muzieknoot is omgezet in een combinatie van punten in reliëf. Dit schrift werd rond 1830 uitgevonden door Louis Braille, die zelf blind was.
> Thermovorming: thermovorming is een techniek waarbij een materiaal in plaatvorm (glas, plastic…) wordt genomen en waarbij dit materiaal wordt verwarmd om het zacht te maken. Wanneer het materiaal zo kneedbaar is geworden, geeft men er via een mal een nieuwe vorm aan. Wanneer het materiaal weer afkoelt, verhardt het ook en behoudt het zijn vorm.

Adressenboekje
> Theaters
Théâtre de Poche - Gymnasiumweg 1a in 1000 Brussel (Terkamerenbos) tel. 02 647 27 26 - info@poche.be
Parktheater – Wetstraat 3 in 1000 Brussel - tel. 02 505 30 40
fax 02 512 80 98 - info@theatreduparc.be
Théâtre National de Chaillot - Place du Trocadéro 1 in 75116 Parijs (Frankrijk)
tel. 00 33 1 53 65 30 00 - fax 00 33 1 47 27 39 23 - accesculture@theatre-chaillot.fr
> Musea
Félicien Ropsmuseum - Rue Fumal, 12 in 5000 Namen - tel. 081 22 01 10 –
fax 081 22 54 47 - www.ciger.be/rops/
Musée Royal de Mariemont - Chaussée de Mariemont 100 in 7140 Morlanwelz
tel. 064 21 21 93 - fax 064 26 29 24 - info@musee-mariemont.be - www.musee-mariemont.be
Museum van het natuurpark Plaines de l’Escaut - Rue des Sapins 31 in 7603 Bon-Secours
tel. 069 77 98 10 - fax 069 77 98 11 - parcnaturel@plainesdelescaut.be
www.plainesdelescaut.be
Musée du Malgré-Tout - Rue de la gare 28 in 5670 Treignes - tel. 060 39 02 43 fax 060 39 04 70 - cedarc@skynet.be -
http://users.skynet.be/cedarc/accueil.html
Palais de la découverte - Avenue F. Roosevelt in 75008 Parijs (Frankrijk) -
tel. 00 33 1 56 43 20 20 - www.palais-decouverte.fr
Musée du Louvre - 75058 Paris Cedex 01 (Frankrijk) - tel. 00 33 1 40 20 50 50 -
fax 00 33 1 40 20 54 52 - handicap@louvre.fr - www.louvre.fr
> Verenigingen
ABCD - audio-description@abcd-theatre.be - www.abcd-theatre.be
Sel Bleu - Rue des Wallons 203 in 4000 Luik - tel. 04 252 19 26 - contact@selbleu.net - www.selbleu.net

Anne-Sophie Marchal

Interview: ’Cité des sciences et de l’industrie’ toegankelijk maken voor iedereen is een permanente zorg…


“Cité des sciences et de l’industrie” is het vierde meest bezochte museum van Frankrijk. Het speelt als dusdanig een voortrekkersrol inzake toegankelijkheid.
De Cité opende zijn deuren in 1986 en heeft de taak de ontwikkeling van de wetenschappen, technieken en industriële kennis zo ruim mogelijk te verspreiden. Hiertoe worden permanente en tijdelijke tentoonstellingen, activiteiten en conferenties aan het publiek aangeboden.

Verslag van een gesprek met Cécile Guyomarc’h, verantwoordelijke voor de algemene toegankelijkheid van de Cité.
Door Anne-Sophie Marchal.

- De Cité mag qua culturele toegankelijkheid als een te volgen voorbeeld worden beschouwd. Hoe verklaart u dat?
Van bij het ontwerpen van de Cité hebben de stichters er de nadruk op gelegd dat de Cité zowel architecturaal als cultureel toegankelijk moest worden gemaakt voor alle bezoekers, en dan vooral voor gehandicapten. Er werd een speciale commissie opgericht om over de toegankelijkheid na te denken. Hierbij werden gehandicaptenverenigingen, mensen met een zintuiglijke handicap en vertegenwoordigers van mentaal gehandicapten betrokken. Deze groep experts heeft een zeer specifiek bestek opgesteld en heeft de noodzaak benadrukt om mensen met een zintuiglijke handicap in te schakelen. Een team zet sinds een twintigtal jaar het denkwerk voort, blijft constant waken en beheert gepaste communicatieacties.

- Welke problemen komen het vaakst voor op het gebied van toegankelijkheid?
Op fysiek vlak zijn er weinig problemen, aangezien bij het ontwerpen van de plannen voor de Cité rekening werd gehouden met de noden van personen met een verminderde mobiliteit: liften, open ruimtes, enz. Desondanks worden ook vandaag nog verbeteringen aangebracht, bijvoorbeeld qua bewegwijzering of wat betreft de organisatie van de onthaalruimtes.
Wat betreft de inhoud van de tentoonstellingen hangt alles af van de projectleiders. Sommigen zijn zeer gevoelig voor de problematiek en houden in hun scenografie rekening met ieders behoeften. Anderen benaderen de kwestie te technisch. De gehandicapte bezoekers hebben dan wel toegang tot de inhoud, maar zonder vermaak. De voorgestelde begrippen worden minder goed onthouden. Het is hierbij van zeer groot belang het personeel te sensibiliseren. Dat moet constant gebeuren. Indien de kwestie vanaf het begin van het project wordt aangepakt, zal het resultaat des te gunstiger zijn. Het aanpassen van tentoonstellingen is veel minder doeltreffend, precies omdat het gaat om aanpassingen en niet om een scenografie in de echte zin van het woord. De ware uitdaging bestaat erin leuke, vindingrijke antwoorden te vinden die meerdere zintuigen aanspreken.

- Welke methodes en middelen zet de Cité in?
Het gaat om een werk dat voortdurend evolueert. Het team is beginnen werken met personen met een zintuiglijke handicap die geen vakmensen in de museumkunde waren. Hierdoor konden bezoeken en tentoonstellingen worden aangeboden die beantwoordden aan de noden van gehandicapte bezoekers. Zo moesten er bijvoorbeeld neologismen in de gebarentaal worden gecreëerd. Dat kon slechts gebeuren door een dove die de referenten van doven kende. De dove gids heeft eveneens bezoekers aangetrokken. Door dove mensen tegemoet te gaan is dit publiek naar de Cité beginnen komen. De aangeworven dove persoon is ter plaatse opgeleid in de museumkunde en scenografie. Nu moet de Cité een volgende stap nemen. De gidsen met een zintuiglijke handicap moeten nog professioneler worden. Het is belangrijk dat de persoon niet zijn standpunt als gehandicapte verdedigt. Hij moet ook over andere handicaps en andere noden kunnen praten. De Cité moet streven naar een algemene toegankelijkheid.

- De toegang van culturele ruimtes voor slechtzienden of slechthorenden is dankzij de nieuwe technologieën verbeterd. Volstaat het echter om zich tot deze nieuwe technologieën te beperken?
Neen, het werk moet nog worden voortgezet. We mogen ons niet beperken tot het louter technische. De nieuwe technologieën zijn weliswaar zeer nuttig in sommige gevallen, maar zij lossen niet alles op. De museumkunde moet ook evolueren. Er moeten verschillende leesniveaus worden aangeboden zodat iedereen zich er kan in terugvinden. 

- Zijn de installaties die voorzien zijn voor gehandicapten ook nuttig voor valide personen en worden die door hen ook gebruikt?
Het is zelfs zo dat zij het beste werken! Het blijkt dat de meeste verbeteringen die zijn ontworpen voor de gehandicapte bezoekers het comfort van alle bezoekers verhogen. De tentoonstelling “Zizi sexuel” (Seksuele piemel) kan als mooi voorbeeld dienen. Het toegankelijkheidsteam heeft zich ingezet om te zorgen voor een vertaling van de sketches voor de dove toeschouwers. Uiteindelijk werden ondertitels, een voice off, een vertaling in gebarentaal en een audiobeschrijving (via koptelefoon) aangeboden. Dit element wordt massaal goedgekeurd door zowel slechthorende en slechtziende kinderen als door valide kinderen! Iedereen kiest het kanaal van zijn voorkeur: lezen, audio, afbeeldingen.

- Wordt het personeel van de Cité gesensibiliseerd voor de problematiek rond het onthaal van personen met een verminderde mobiliteit? Hoe?
Alle personeelsleden krijgen regelmatig opleidingen aangeboden: het aanleren van de gebarentaal, zich verplaatsen in de situatie van de gehandicapte, enz. De nieuwe werknemers nemen allemaal deel aan een integratiedag. Tijdens die dag wordt een uur besteed aan de gehandicaptenproblematiek. Een gehandicapte stelt het toegankelijkheidsteam voor en legt uit wat dat team doet.
Het feit dat er gehandicapten tot het personeel behoren biedt veel voordelen. Er wordt een positieve impact van ondervonden. Zo heeft de directie human resources beslist nog meer gehandicapten aan te werven.

- In Frankrijk is er een wet die zegt dat alle instellingen waar mensen komen voor iedereen toegankelijk moeten worden gemaakt. De musea behoren hiertoe. Heeft de wet invloed op het werk dat in de Cité wordt uigevoerd?
De wet is een hulpmiddel, een tool voor het toegankelijkheidsteam. Zij voert argumenten aan tegenover de directie. Zij vergemakkelijkt ook de besluitvorming. Sommige zaken die reeds eerder werden gerealiseerd moeten ook opnieuw worden gedaan. Zo wordt bijvoorbeeld de audit aan alle openbare instellingen opgelegd. Hierdoor zal de Cité een stand van zaken kunnen opstellen over de huidige situatie en nieuwe doelstellingen kunnen formuleren voor de toekomst. Helaas houdt deze wet voornamelijk rekening met de fysieke toegankelijkheid van de instellingen. De toegang tot de inhoud zit in één enkel zinnetje, dat verloren gaat tussen tal van artikels!
De wet volstaat dus niet.

- Gelooft u dat het mogelijk is alle musea toegankelijk te maken voor iedereen?
Wij moeten ernaar streven, in ieder geval wat betreft de inhoud! Het is het waard om na te denken over de thema’s die op een tentoonstelling worden voorgesteld. Zodra een onderwerp tot het dagelijkse leven behoort, is het de moeite waard om het aan te kaarten, ook al is het voor sommige bezoekers iets abstracts. De uitdaging is het thema op een gepaste manier aan te kaarten.

In Frankrijk is al een grote stap gezet op het gebied van cultuur.
Andere zullen volgen…

Cité des sciences et de l’industrie
Avenue Corentin-Cariou 30
75019 Parijs (Frankrijk)
Tel. (vast nummer): 00 33 1 40 05 70 00
www.cite-sciences.fr
Een pagina van de website wordt besteed aan het onthaal van gehandicapte bezoekers. Er worden nadere gegevens meegedeeld (mail, telefoon) en er zijn verklarende brochures beschikbaar.
 

Actions sur le document
  • Envoyer cette page
  • Imprimer
  • Bookmarks